In het midden van een eindeloze woestijn doemt hij op: een strakke, vierkante vuurtoren, als uit het niets opgerezen uit zand en stilte. Geen kust. Geen zee. Alleen leegte.
En iets anders.
Witte, ijle vormen. Dwalend. Vormloos maar aanwezig. Als herinneringen. Als zielen. Of misschien iets anders. Dat laat ik aan jou.
Waarom een vuurtoren in een woestijn?
In de Atlas van vuurtorens aan het einde van de wereld van José Luis González Macías las een verhaal over de vuurtoren van Rubjerg Knude die langzaam achter duinen verdween. Geen baken meer aan zee, maar een relikwie, opgeslokt door zand. Dat beeld bleef hangen. Wat als een vuurtoren z’n functie niet opgaf, maar verhuisde?
Over het maken
Net als bij mijn eerdere werk is dit met fineliners getekend: zwart-wit, gedetailleerd, klein begonnen. De vuurtoren is hoekig, scherp – bijna buitenaards. De geesten eromheen zijn juist luchtig, vaag en bewegend. Contrast als kern. En ruimte voor stilte.
Geen antwoorden, wel vragen
Wie of wat de geesten zijn? Geen idee. Misschien verdriet dat nog geen plek vond. Misschien reizigers die hun weg zoeken. Of jij. Of ik.
Wat doet die vuurtoren daar? Wat zou jij volgen als je alles kwijt was?
Ik wil geen kant-en-klare uitleg geven. Ik hoop dat mensen zichzelf herkennen in de leegte, of in het licht dat daar ineens verschijnt. En zich afvragen:
Ben ik degene die dwaalt – of degene die wijst?


